jaarverslag-topsporters-2017-cees

Cees Vervoorn over De kracht van sportdata

Cees Vervoorn
De kracht van sportdata

Lector Hogeschool van Amsterdam

“Of het nou de gezondheidszorg, geneeskunde of sport betreft, er is overal veel data beschikbaar. Het grote voordeel hiervan is dat er ook specialisten vanuit een andere expertise naar verzamelde gegevens kunnen kijken. Wanneer je bijvoorbeeld als sportcoach jarenlang dagelijks allerlei metingen doet, kun je gemakkelijk dingen over het hoofd zien. Een onbevooroordeelde analyse van de data kan dan interessante patronen zichtbaar maken. Door het verzamelen en analyseren van (sport)data kan er dus een ander perspectief op gezondheid, sport of bewegen worden ontwikkeld. Dat is heel waardevol.” – Cees Vervoorn is lector Topsport en Onderwijs aan de Hogeschool van Amsterdam.

Een interessante vraag

“De kracht van verzamelde sportdata is dus dat het extra inzichten kan verschaffen. Kijk bijvoorbeeld naar schaatscoach Jac Orie, die enorm veel gegevens heeft verzameld en beschikbaar gesteld. Daar hebben data-analysten naar gekeken die niets van schaatsen weten en zij observeerden dat schaatsers die vijf dagen voor een groot toernooi nog keihard trainen relatief minder hard schaatsen tijdens de wedstrijd. Waarom gebeurt dat? Dat is een interessante vraag. Die informatie haalden ze uit de data, die zo omvangrijk is dat er een trend ontstaat. Dat geeft je als coach toch weer een nieuwe impuls bij het nadenken over de inrichting van het trainingsprogramma. Er zijn ook mensen die het bedreigend vinden dat er op allerlei vlakken zoveel data beschikbaar is, maar ik zie er alleen maar voordelen aan. Voor de geneeskunst zeker, maar ook voor de sport.

Lezingen, boek en congres

De afgelopen jaren hoorde er bij elk thema een lezingenreeks en een afrondend congres. Dat gold ook voor ‘Kracht van sportdata’, ons zevende thema. Van de lezingenreeks is weer een boek, Kracht van sportdata, gemaakt. 

 

KLIK HIER OM HET BOEK
TE DOWNLOADEN

cees-vervoorn-lectoraat-topsport-bladsites-online-magazine

 

 

De lezingen zijn ook integraal te beluisteren: 

De reeks bestond uit vijf bijeenkomsten over de kracht van sportdata op verschillende sportgebieden: cyclische topsport, breedtesport en participatie, gezondheid en blessures, evenementen en teamsport in de topsport. Elke lezing had twee keynotes; een over de wetenschappelijke en een over de bedrijfseconomische kant van sportdata. Er was tijdens de lezingen veel ruimte voor interactie met het publiek. (Sport)data is een belangrijk actueel onderwerp en we wilden de aanwezigen de kans geven om hun mening te uiten en met elkaar in discussie te gaan. Dat gebeurde gelukkig volop. Er is veel kennis en ervaring uitgewisseld door de sprekers en enthousiaste bezoekers, studenten en professionals vanuit heel Nederland.

Na de lezingenreeks is het thema als gebruikelijk afgesloten met een congres, in oktober 2018. Tijdens het congres werd het boek Kracht van Sportdata uitgedeeld.

We hebben nu in totaal zeven keer een lezingenreeks georganiseerd. In 2012 was er ‘Olympische Spelen in Nederland: Droom of Nachtmerrie?’. Daarna volgenden ‘Kracht van Sport’ (2013) ‘Kracht van Sport: over de grens’ (2014), ‘Kracht van Sport: de verbinding’ (2015), ‘Kracht van Aangepaste Sport’ (2016) en ‘Kracht van Sport in de Wijk’ (2017).

Master Topsportzorg

Het afgelopen jaar ben ik betrokken geweest bij de ontwikkeling van een master over topsportzorg. Het initiatief hiervoor komt vanuit de faculteit Gezondheid. Bij deze faculteit draait het net als bij Bewegen, Sport en Voeding om gezond blijven, gezond(er) worden of presteren. Oftewel om bewegen en herstel. Het idee achter de master is om dit gemeenschappelijke doel van deze twee werelden samen te brengen, zodat ze elkaar kunnen versterken. Net zoals meerdere kenniscentra samenwerken in het Amsterdam Institute of Sport Science. Er zit veel energie en expertise bij elkaar in de ontwikkelgroep van de master en we gaan met elkaar een hele mooie opleiding realiseren, waar echt behoefte aan is.

De master voor topsportzorg komt vanuit de zorg, maar gaat verder dan dat. Het gaat over mensen die (super)fit zijn en veel bewegen, maar ook over hen die niet of minder fit zijn en moeten bewegen. Beide doelgroepen doen in feite aan topsport. Er is een soort natuurlijke verbondenheid op het thema prestatieverbetering, wat dat ook moge zijn, tussen die twee uitersten van het spectrum. Aan de ene kant van het spectrum moet je nóg meer trainen om verder vooruit te gaan, terwijl je al heel goed bent. Aan de andere kant is elk klein stapje een soort topsport als je revalideert van een hartaanval, operatie of auto-ongeluk. Je ziet dat met name die laatste kant van het spectrum heel veel kan leren van de expertise die is opgedaan in de topsport.

Sportdata Valley Lab

In 2018 is er een Sportdata Valley Lab geopend in Ookmeer, Amsterdam. Dat was een memorabel moment, ook omdat het de positie van het AISS in het sportwetenschappelijk veld bevestigt. Het is de erkenning dat data in toenemende mate een belangrijk onderdeel vormt (of we het leuk vinden of niet) van ons dagelijks leven en van de sport in het bijzonder. En dat het AISS met de hogeschool als partner één van de zes ankerpunten is van de sportdata infrastructuur die Nederland aan het ontwikkelen is. Het Amsterdamse lab is anders dan de andere vijf centra elders in het land. Wij hebben naast een onderwijstaak (voor de topsport) ook een breedtesporttaak. Dat betekent dat we enerzijds de praktijk helpen en anderzijds het onderwijs voeden. Het houdt ook in dat we ons bezighouden met data rondom grote evenementen of data uit amateursport. De andere vijf labs, die inmiddels ook (bijna) gerealiseerd zijn, doen dat niet. Deze centra zijn met name gelokaliseerd op sportlocaties, zoals bij Thialf Heereveen, zwemcentrum de Tongelreep, de zeilclub in Den Haag en in Papendal. Deze labs zijn vooral op één sport gericht, of op topsport.

De opening van Sport Data Valley is voor het lectoraat een belangrijke ontwikkeling van het afgelopen jaar. Als we erin slagen om het goed te laten landen, hebben we een voorschot op de toekomst genomen. Een toekomst waarin data een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van topsport, breedtesport en bewegen in het algemeen. Het moet echter niet blijven bij een kamertje in een sporthal tegenover de onderwijsinstelling; wat we willen is dat Sport Data Valley onderdeel wordt van de sportcampus, het AISS en het landelijke netwerkstructuur die erachter zit. Dan is het echt een succes. We moeten nog een slag maken om het helemaal vanzelfsprekend ingebed te krijgen. Daar wordt hard aan gewerkt samen met het AISS, die de verbinding vormt naar de kenniscentra, sport en stad Amsterdam.

AISS

Het afgelopen jaar is het AISS met succes verder ontwikkeld. We hebben landelijk de discussie gevoerd over wat nou precies de rol van een kenniscentrum moet zijn in een landelijke sportinfrastructuur. Het AISS is nadrukkelijk anders dan bijvoorbeeld een zwembad waar de zwemmers alleen worden gemeten om ze beter te maken. Die zwemmers kunnen worden gemeten en geadviseerd ómdat de kennis die het AISS verzamelt dat mogelijk maakt. Gelukkig wordt steeds vaker erkend dat je eerst kennis moet hebben voordat er innovatie mogelijk is. Het AISS genereert en verspreidt kennis en helpt andere organisaties daarmee. Wij vinden geen nieuwe dingen uit; dat is weer een andere expertise voor een volgende fase, die kan plaatsvinden met behulp van de kennis die wij aandragen.

Duale carrières met STARTING 11

Wij hebben sinds 2015 vele grote Europese projecten uitgevoerd in het kader van het thema duale carrières, de succesvolle combinatie van topsport en onderwijs. Hierbij gaat het erom dat je als topsporter op het juiste niveau een opleiding kiest. Je probeert dus op twee vlakken te excelleren, sport en onderwijs. Een van de projecten waar we ons in 2018 voor hebben ingezet en waar we penvoerder van zijn is STARTING 11. Samen met een aantal andere Europese landen hebben we de aanvraag van dit project gedaan. De voorbereiding is eigenlijk al twee jaar geleden gestart, toen we een kans zagen om alle kennis over duale carrières die fragmentarisch in verschillende Europese projecten is verzameld, samen te ballen en er een goed verhaal van te maken; wetenschappelijk onderbouwd en tegelijkertijd praktisch bruikbaar. We hebben er twee jaar lang veel energie aan besteed, met het risico dat het project niet toegewezen zou worden. Van de 400 aanvragen worden er namelijk slechts 40 gehonoreerd. Gelukkig is STARTING 11 in januari 2019 officieel toegekend en konden we de gemaakte plannen uitrollen. Die zijn redelijk complex, omdat het meerdere landen betreft en veel professionals en producten. Toen we eind januari 2019 voor de eerste keer bij elkaar zaten na de toekenning, spatte de energie er bij iedereen vanaf. Overtuigd van de noodzaak van duale carrières en STARTING 11 lijkt niets ons in de weg te staan. Het project eindigt in 2021 en tot die tijd wordt er in meerdere landen hard aan gewerkt.”

 

Jaaroverzicht 2018
Jaaroverzicht 2018

Logo