lto-topsport-lectoraat-cees-vervoorn-klein4

De HvA heeft goud in handen

De HvA heeft
goud in handen

Dennis van Vlaanderen

“De kracht van sport is dat het je net als muziek een goed gevoel geeft, herinneringen oproept en je trots maakt. Sport leidt ook tot meer maatschappelijke betrokkenheid en brengt een positieve sfeer; een mooi voorbeeld hiervan vind ik sportprojecten in sociale achterstandswijken. Topsporters zijn onze helden en we leven graag met ze mee. Wie hield er niet z’n adem in toen Epke Zonderland zijn derde vluchtelement uitvoerde?” – Dennis van Vlaanderen is programmamanager van Topsport Academie Amsterdam (TAA) en topsportcoördinator van de HvA.

Een gezamenlijk doel

Van Vlaanderen ziet het als zijn missie om de Hogeschool van Amsterdam de meest topsportvriendelijke instelling van Nederland te laten zijn en blijven. Dat doet hij door de HvA handvatten te bieden voor het ontwikkelen van faciliteiten voor topsporters, zodat zij sport en studie beter kunnen combineren. “Maar ook in de topsportwereld moet men beseffen dat onderwijs een wezenlijk deel is van het leven van een topsporter. Ik wil graag de aangesloten sportorganisaties en NOC-NSF meekrijgen in gedachte dat we de combi topsport en onderwijs beter moeten organiseren. En uiteindelijk ook de vo-topsportscholen ROCvA, UvA en VU. Het ideale plaatje zou wat mij betreft zijn als we straks met z’n allen vertegenwoordigd zijn in de Topsport Academie met een gezamenlijk doel, namelijk alle talenten en topsporters de mogelijkheid geven om sport te combineren met studie.”

Sinds maart 2014 zitten Cees Vervoorn, Marije Baart de La Faille-Deutekom en Van Vlaanderen samen in een ruimte. “We zetten ons allemaal in ten behoeve van de kracht van sport en het belang van een goede combinatie van sport en onderwijs. Door fysiek samen te zitten kunnen we elkaar nog beter aanvullen en versterken. Dat werkt heel goed.

In Nederland zijn we voorloper als het gaat om sport en onderwijs. Cees en ik zitten allebei in het FLOT, het landelijk overleg voor flexibel onderwijs en topsport. Samen met 25 onderwijsinstellingen bekijken we hoe we samen kunnen werken aan een betere ondersteuning van topsporters. Stel dat bijvoorbeeld een student/sporter naar het nationaal trainingscentrum in een andere stad moet. Dan moet hij ook naar een andere school, maar hij wil natuurlijk wel dezelfde opleiding blijven doen. Daar kunnen we onderling afspraken over maken, en dat doen we ook steeds meer. Het zou heel mooi zijn als we FLOT op een gegeven moment ook kunnen uitbreiden naar de rest van Europa”.













 

Ontstaan TAA

Volgens Van Vlaanderen gold de JCU destijds als de meest topsportvriendelijke opleiding van Nederland, al waren de mogelijkheden beperkt. “Commerciële Economie was de enige opleiding die er werd aangeboden. Uit onderzoek bleek dat de topsporters ook belangstelling hadden voor andere opleidingen. Dat heeft geleid tot de oprichting van de TAA, een HvA-brede dienst die topsporters de mogelijkheid biedt om hun sportcarrière succesvol te combineren met een HvA-studie naar keuze.

Voor de TAA was 2014 een heel belangrijk jaar omdat het College van Bestuur in juli de Topsport Academie ondertekende en formaliseerde. Die is toen per 1 september officieel van start gegaan. Ik was natuurlijk al drie jaar bezig om het geheel te ontwikkelen, maar toen was het formeel. Op 28 oktober was de officiële opening, het moment suprême.”

Completere topsporters

Veel topsporters zijn pas 16 of 17 jaar als ze op het hbo komen. Van Vlaanderen: “Dan ben je nog volop in ontwikkeling om topsporter te worden. En dat is een heel moeilijke fase, want je moet jezelf nog ontdekken. De sporters zitten middenin het proces van volwassen worden en sommigen komen ook nog van de polder naar Amsterdam; ook de overgang van de havo naar het hbo is wennen. De jonge topsporters krijgen dus veel voor hun kiezen. We weten ook allemaal dat je alleen met hard trainen geen wereldkampioen wordt: het gaat om het totaalplaatje. Vanuit het onderwijs willen we het belang van bepaalde competenties benadrukken, die ze ook in de sport hard nodig hebben. Daar worden de jongeren completere topsporters van. Dat besef dringt nu ook door in de sportwereld. Trainers en coaches snappen dat als er van de 25 selectieleden 23 een opleiding volgen, ze dat niet kunnen negeren. Of ze nou naar het vo, mbo, hbo of de universiteit gaan, een schooljaar bestaat bijna altijd uit vier blokken met een toetsweek aan het eind. En de schooltijden lopen bijna altijd van 8.30 tot 16.00 uur. Dat zijn duidelijke gegevens, waar je rekening mee kunt houden. Niet door minder te gaan trainen, maar wel door dat op andere tijden te doen. Zodat je het de sporters gemakkelijker maakt om sport met studie te combineren.”

Een dergelijke afstemming levert volgens Van Vlaanderen veel op. “Daar zijn nog geen harde bewijzen voor, maar we zien duidelijk minder sportblessures en betere studieresultaten. De sporters zitten lekkerder in hun vel. Met behulp van de uitgebreide TAA-database die we bezig zijn op te richten, kunnen we op een gegeven moment allerlei gegevens bijhouden over blessures, studievoortgang en sportontwikkeling. Dan kunnen we deze resultaten ook echt aantonen.”

Zelf een dual career

Van Vlaanderen is zelf een mooi voorbeeld van een topsporter met een dual career. Hij zat 12 jaar in het Nederlandse kanoteam en heeft diverse EK’s en WK’s gevaren, maar deed ook een hbo-opleiding Economie en daarna een post-hbo Sportmarketing, die hij cum laude afrondde. “Tijdens de studie is mijn link met de topsportorganisaties in Amsterdam ontstaan,” vertelt hij. “Mijn scriptie schreef ik, in opdacht van Charles Urbanus, over de oprichting van de Topsportclub Amsterdam, de businessclub van Topsport Amsterdam. Ik was ook betrokken bij de oprichting van het Olympisch steunpunt in 1992, was een van de eerste topsporters die er werd begeleid. Uiteindelijk is dat steunpunt samengegaan met de Stichting Topsport Evenementen Amsterdam en werd Topsport Amsterdam. Na mijn studie hoorde ik dat ze bij de net opgerichte Johan Cruyff University (JCU) op zoek waren naar een topsportcoördinator, die weet wat het is om topsport te combineren met studie. Dat was mij op het lijf geschreven; ik ben er 14 jaar gebleven en heb topsportbeleid ontwikkeld op basis van mijn eigen ervaringen, de wensen en ervaringen van topsporters en begeleiders en de mogelijkheden en beperkingen van het onderwijs.”

Handvatten voor onderwijs op maat

Er zijn nogal wat HvA-studenten die topsport met een studie proberen te combineren. “We hebben goud in handen, heb ik ooit geroepen. Er liepen hier toen zoveel studenten rond die zich aan het voorbereiden waren voor de Olympische Spelen in Londen. Tegelijkertijd hadden ze ook gewoon hun studie en sociaal leven, dat was niet gemakkelijk voor ze. Op dit moment hebben we een kleine 200 topsporters binnen de HvA, waarvan het grootste deel niet bij de JCU studeert. Bij sommige opleidingen, zoals ALO en SM&O, was er al eerder iemand die het op zich genomen had om topsporters te begeleiden. Dat soort ondersteuning wil ik graag formaliseren zodat andere opleidingen dat ook kunnen gaan invoeren. Er is inmiddels een kernteam opgezet met een aantal topsportcoördinatoren die bij verschillende HvA-opleidingen actief zijn. Met dit team ontwikkelen we een beleid voor de begeleiding van topsporters, dat voor alle HvA-opleidingen geldt. De basis hierbij is dat we met topsporters aan het begin van het jaar een planning maken van studie, sport en privézaken. Dan kun je ook oplossingen bedenken voor eventuele knelpunten later in het jaar. Op die manier kunnen we een flexibel hbo-waardig programma opstellen, zonder al te veel vertraging. Cruciaal hierbij is de gouden driehoek rondom de topsporter, die bestaat uit de studieloopbaanbegeleider, decaan en examencommissie die zijn verbonden door de topsportcoördinator. Dit werkt inmiddels heel goed bij veel HvA-opleidingen; de meeste topsporters kunnen sport en studie prima combineren, zonder dat ze vertraging oplopen. Olympische uitzonderingen daargelaten.”

Van Vlaanderen benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van de topsporter, maar zegt ook dat onderwijs op maat voor topsporters een bepaalde commitment van de hogeschool en de sportwereld vereist. “Mensen moeten ten eerste overtuigd zijn van de meerwaarde en het belang van flexibel onderwijs voor deze specifieke doelgroep. Dan kun je beginnen met onderwijs-op-maat vormgeven en faciliteren. Studenten moeten bijvoorbeeld hun roosters aan kunnen passen, lessen bij andere klassen bij kunnen wonen, niet altijd aanwezig hoeven zijn, toetsen op andere momenten kunnen doen, de mogelijkheid hebben om alternatief onderwijs te volgen et cetera. Dat soort praktische zaken vergt creatieve oplossingen.”

 


Jaaroverzicht 2014
Jaaroverzicht 2014

Logo