cover-dennis-van-vlaanderen

Dennis van Vlaanderen Basisbeleid TAA uitgevoerd

Basisbeleid 
TAA uitgevoerd

Dennis van Vlaanderen

“Van onze topsportstudenten hoor ik dat ze blij zijn dat ze kunnen studeren; dat het natuurlijk nog steeds pittig is, maar dat de combinatie sport en studie zonder het huidige topsportbeleid en de begeleiding bijna onmogelijk zou zijn. TAA maakt dus echt een verschil en dat zien we terug in de studieresultaten van de topsporters.” – Dennis van Vlaanderen is programmamanager van Topsport Academie Amsterdam (TAA) en topsportcoördinator van de HvA.

Organiseren en formaliseren

“De Topsport Academie Amsterdam (TAA) is op 1 september 2014 officieel van start gegaan. Daarvoor was ik al een paar jaar bezig om uit te zoeken welke topsporters er binnen de HvA zitten en waar ze behoefte aan hebben als het gaat om het combineren van sport en onderwijs. Het afgelopen jaar stond in het teken van het formaliseren van het topsportbeleid. We hebben vooral gefocust op de interne organisatie van mensen en faciliteiten en het opbouwen van een extern netwerk. Daarnaast heeft de TAA actief geparticipeerd in het EU-onderzoek naar dual careers in de lidstaten, dat heeft geleid tot het rapport ‘Study on the minimum quality requirements for dual career services’.

Op dit moment hebben we binnen de HvA maar liefst 191 officiële topsporters met een NOC-status, verdeeld over 38 verschillende opleidingen. Dat kun je een heel succesvolle ontwikkeling noemen; het basisbeleid zoals we dat in 2014 hebben bedacht is uitgevoerd. Daar kunnen we op verder bouwen.”

Netwerk kernteam TAA

“In 2015 is er een netwerk opgezet van de zeven faculteiten van de HvA, het kernteam TAA. Daarin zitten vertegenwoordigers van elke faculteit, studentendecanen en een voorzitter van de examencommissie. Door het netwerk hebben we korte, faculteitsoverschrijdende lijnen, waardoor we het institutionele beleid efficiënter kunnen aanpassen en ontwikkelen. Elke faculteit heeft een topsportcoördinator gekregen, die eindverantwoordelijk is voor de dual careers binnen zijn faculteit en de betreffende opleidingen; dat houdt in dat hij de topsporters binnen de faculteit kent, weet waar ze behoefte aan hebben en overleg heeft met de examencommissie en de studentendecanen.

Er zijn veel overlappingen en overeenkomsten binnen de verschillende opleidingen. Door het netwerk kunnen de faculteiten elkaar goed ondersteunen bij de invulling van het topsportbeleid. De informatie over opleidingsoverschrijdende zaken zoals studeren met een beperking, het honourstraject of topsport is bijvoorbeeld hetzelfde voor alle studenten; dat hoeft dus niet elke keer opnieuw te worden verzameld. Zo is het ook handig als de Examencommissie bepaalde verzoeken, bijvoorbeeld om toetsen later af te nemen, in een keer kan afhandelen. De faculteiten hebben natuurlijk wel allemaal hun eigen sfeer en kenmerken. Daarom hebben we gekozen voor topsportcoördinatoren die de faculteiten, studenten en docenten goed kennen, waardoor het gemakkelijker wordt om afspraken te maken over bijvoorbeeld maatwerk.”

 






 

 

 

Extern netwerk

Het afgelopen jaar zijn we ook begonnen met het opstarten met het externe netwerk. De HvA is de spil in het netwerk van allerlei sportsteunpunten, zoals Topsport Alkmaar, Topsport Haarlem, Topsport Amstelveen, Topsport Flevoland en Topsport Amsterdam. Bij elk steunpunt hoort een aantal sportprogramma’s, zoals regionale en nationale trainingscentra, CTO’s (centra voor topsport en onderwijs). Daarnaast hebben de steunpunten ook allemaal een eigen onderwijsplatform bestaande uit voortgezet onderwijs, mbo, hbo en wo. Maar die verbanden waren tot nu toe vooral afspraken op papier; er werd weinig tot niet structureel samengewerkt binnen sport- en onderwijsverband. Wij willen de netwerken zodanig aantrekken, dat samenwerken op verschillende niveaus gemakkelijk en vanzelfsprekend wordt.

Voor een topsporter die van het voortgezet onderwijs naar het hbo gaat verandert er heel veel. Die overgang willen we zo soepel mogelijk laten verlopen. Wanneer de onderwijslagen goed op elkaar zijn ingesteld, kan een topsporter in havo 4, of vwo 5 al weten welke studie hij gaat doen en zich daarop voorbereiden, bijvoorbeeld door contact te hebben met de topsportcoördinator van de HvA. Een bijkomend voordeel is dat de kans kleiner is dat studenten verkeerd kiezen en daardoor uitvallen. Voor het onderwijs betekent een dergelijke samenwerking ook dat duidelijker wordt wie je doelgroep is en waar die zit, welke instroom je mag verwachten voor de verschillende opleidingen en hoeveel begeleiders daarvoor beschikbaar moeten zijn. We hebben een jaarkalender ontwikkeld waar alle onderwijslagen hun belangrijke data in kunnen zetten. Voor de HvA zijn dat bijvoorbeeld de start van het studiejaar, de introductieweken. Maar ook de open dagen en deadlines voor het inschrijven van bepaalde studies met een decentrale selectie. Als het voortgezet onderwijs, mbo en wo ook hun belangrijke data in de kalender zetten, kunnen we gezamenlijk bijeenkomsten plannen en tijdig aankomende studenten benaderen en voorlichten.

Dit jaar willen we de samenwerkingsverbanden realiseren. De vervolgstap is dat de onderwijsplatforms gezamenlijk de sportwereld benaderen. Stel dat een sportteam bestaat uit jongeren die op verschillende scholen zitten; havo, vwo, ROC, Luzac of HvA. Als ik alleen als HvA de coach vraag om rekening te houden met mijn twee of drie leerlingen, die proberen sport en studie te combineren, dan is hij minder geneigd daar iets mee te doen; het zijn dan maar twee of drie van de 30 sporters uit het team. Op het moment dat de scholen gezamenlijk naar de coach toestappen, wordt het natuurlijk een ander verhaal. Dan wordt het logischer om bijvoorbeeld de trainingstijden aan te passen en is de kans groot dat de coach gaat meedenken over de combinatie sport en studie. En dat is precies wat we uiteindelijk willen bereiken.”


Ontwikkelingen na 2015

“Op dit moment zijn we bezig met het realiseren van een atletencommissie, waarin topsporters van elke faculteit vertegenwoordigd zijn. Het idee is dat de commissie fungeert als de stem van de sporters op de HvA, waar we mee kunnen praten over de behoeften van studerende topsporters, wat er leeft in de sportomgeving en hoe teamgenoten die ergens anders studeren het doen, zodat we daar ook van kunnen leren.

Een andere ontwikkeling is toetsen op afstand. We zijn aan het bekijken of we locaties buiten de HvA kunnen organiseren als officiële toetslocatie. We hebben bijvoorbeeld rondom Alkmaar een grote concentratie topsporters die daar sporten en wonen, maar aan de HvA studeren. Als zij een belangrijke wedstrijd of training hebben en tegelijkertijd een toets in Amsterdam, dan redden ze het vaak niet om helemaal hierheen te reizen. Een locatie in Alkmaar waar ze de toets tegelijk met hun klasgenoten kunnen maken zou dan een uitkomst zijn. Het streven is om het toetsen op afstand aan het begin van het nieuwe studiejaar gerealiseerd te hebben, voor de eerste tentamenperiode. We willen in eerste instantie beginnen met een vijftal locaties waar de meeste topsporters zitten, zoals Ajax, Papendal, Alkmaar, rondom Haarlem en ergens in Flevoland.

De ontwikkeling van het toetsen op afstand doen we gezamenlijk met alle faculteiten via het kernteam. Zo kunnen we gemakkelijker tot een HvA-breed beleid komen. Bij Fysiotherapie zijn er bijvoorbeeld een paar studenten die bij Ajax voetballen. We onderzoeken nu of we binnen Ajax een officiële toetslocatie kunnen organiseren. Hiervoor gebruiken we de ervaring bij de Cruyff Universiteit, waar men al ervaring heeft met toetsen op afstand. In dit geval op Papendal.

 


Jaaroverzicht 2015
Jaaroverzicht 2015

Logo