jaarverslag-topsporters-2017-koen

Koen Lemmink over Kruisbestuiving Groningen en Amsterdam

Kruisbestuiving Groningen en Amsterdam

Koen Lemmink

“Het woord dat voor mij voor de kracht van sport staat is verbinding. Verbinding door sport is overal zichtbaar; in teams, bij kinderen en ouderen. Dat vinden we vanzelfsprekend. Zonder die verbinding zou de samenleving er heel anders uitzien. Als we alleen maar met elkaar zouden praten zou er veel minder interactie zijn. Door samen te bewegen creëren we een extra dimensie van contact en verbinding. Dan pas zie je de kracht van anderen, moet je samenwerken en kun je winnen of verliezen. Dat zijn belangrijke elementen om met elkaar een samenleving vorm te kunnen geven. Ik heb vroeger zelf vooral veel teamsport gedaan, zoals voetbal. Totdat ik geblesseerd raakte. Nu zit ik op de racefiets en mountainbike en maak mooie tochten.” – Prof. dr. Koen Lemmink is hoogleraar sport, prestatie en innovatie en afdelingshoofd Bewegingswetenschappen in Groningen.

Master Sportwetenschappen

“Aan het centrum waaraan ik leiding geef studeren ongeveer 600 studenten. We hebben bachelor- en masteropleidingen op het terrein van de bewegingswetenschappen. Omdat onderzoek in de sport specifieke capaciteiten vergen, zijn we in 2012 gestart met een master Sportwetenschappen, de enige in Nederland. Studenten kunnen na hun bachelor Bewegingswetenschappen er dus ook voor kiezen zich te specialiseren in onderzoek doen in de sport. Ook studenten van andere opleidingen, nationaal en internationaal, kunnen bij ons Sportwetenschappen studeren. De masters zijn Engelstalig.

Jaarlijks starten er zo’n 40 studenten met de master Sportwetenschappen. Je ziet de animo voor deze opleiding gestaag toenemen, met name vanuit het buitenland. Terwijl het een tweejarige master betreft, wat niet bij iedereen past. Maar het heeft een groot voordeel. Studenten leren namelijk echt de fijne kneepjes van goed onderzoek. Het tweede masterjaar besteden ze vaak aan een praktijkstage, waarbij ze hun eigen onderzoek doen. Bijvoorbeeld binnen betaalde voetbalorganisaties of het nationaal hockey- of volleybalteam.

Platform hoogleraren

Cees Vervoorn vroeg mij twee jaar geleden mee te schrijven aan de Nationale Kennisagenda. Dat heb ik het afgelopen jaar vanuit de Rijksuniversiteit Groningen, het Universitair Medisch Centrum Groningen en  Bewegingswetenschappen gedaan, daarna ook voor de route Sport in de Nationale Wetenschapsagenda. Lectoren Sport en Bewegen hadden zich verenigd in een overlegplatform. Ik vond dat hoogleraren dat ook zouden moeten doen. Het zou toch handig zijn als je vanuit verschillende universiteiten op het terrein van de sport met elkaar af kunt stemmen en samen aan de overheid kunt aangeven wat de ontwikkelingen zijn? Ik ben kleinschalig begonnen om dit platform op te richten. We hebben inmiddels een bijeenkomst gehad met een kleine groep hoogleraren en het is de bedoeling dat we dat het komende jaar uitbreiden en zichtbaarder worden. We willen dat meer hoogleraren die bezig zijn op het terrein van sport en bewegen in Nederland, zich gaan aansluiten bij het platform. Dan kunnen we informatie uitwisselen over waar we mee bezig zijn, samenwerken aan bepaalde onderzoekthemas en een rol spelen bij overheidsbeleid en onderzoeksfinanciering.

De hoogleraren die nu bij elkaar zijn geweest zijn afkomstig uit Amsterdam, Utrecht, Groningen, Delft, Eindhoven en Leiden. Bij al deze instellingen staan sport en bewegen hoog op de onderzoeksagenda en worden vaak benoemd als speerpunten. We hopen dat op korte termijn ook andere universiteiten aansluiten.

 












 

Samenwerken

Uiteraard willen we ook samenwerken met het platform van lectoren in de sport. Dat het wo en hbo samenwerken is sowieso een goede ontwikkeling die je in Nederland steeds meer ziet. Momenteel ben ik aan het verkennen hoe we als hooglerarenplatform kunnen afstemmen met de sport, de overheid en onderzoeksfinanciers en, op den duur, met het bedrijfsleven. We hebben vanuit het platform overleg met allerlei overlegorganen, zoals het Topteam. Daar zijn ook vertegenwoordigers vanuit het bedrijfsleven bij aangesloten. Daarnaast hebben we gesproken met NWO, ZonMw en SIA om de mogelijkheden voor onderzoeksagenda’s te verkennen en te kijken hoe we zouden kunnen aansluiten bij wat er op dit moment gaande is. Er wordt enthousiast gereageerd op onze plannen; voor de overheid is het handiger om met een platform van kennisinstellingen af te stemmen, dan gesprekken te voeren met afzonderlijke  hoogleraren. Ze willen ons dan ook graag ondersteunen, zodat we bijvoorbeeld bijeenkomsten en evenementen kunnen organiseren.

De universiteiten die betrokken zijn bij het platform hebben niet allemaal een opleiding Bewegingswetenschappen of Sportwetenschappen. Er zijn ook technische universiteiten bij betrokken die onderzoek doen op het terrein van sport en bewegen. En de Universiteit Leiden heeft bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van data science, sport als speerpunt benoemd. Een mooie mix van universiteiten met verschillende expertises maakt het platform nog interessanter. Als we beschikken over zowel inhoudelijke, technologische en datakennis op het gebied van sport en bewegen kunnen we complexe onderzoeksvragen zo goed mogelijk beantwoorden.

In Groningen hebben we, net zoals in Amsterdam, een sport science instituut, waar grote kennisinstellingen, medische centra en de overheid in participeren. Het is een mooi vehikel om kennis over sport en bewegen met elkaar te delen, naar buiten te brengen en te vertalen naar de praktijk van de sport. Beide centra in Groningen en Amsterdam hebben een multidisciplinair perspectief, waar  onderzoek, onderwijs en innovatie mooi zijn uitgekristalliseerd. Het is heel krachtig voor een land als Nederland dat een dergelijke kruisbestuiving op deze plekken plaatsvindt.”

 

 

Jaaroverzicht 2016
Jaaroverzicht 2016

Logo